Urenlang low & slow op een gewone kogelbarbecue? Zonder dat je elk uur kolen moet bijgooien? Dat kan echt hoor! Het heet de minion-methode, en het is wat mij betreft een van de handigste trucjes die je als BBQ-er kan leren. Op het internet komt de vraag keer op keer voorbij, maar een goede uitleg in het Nederlands is er nauwelijks. Dus we gaan het er eens even over hebben.
Ik weet namelijk zelf nog maar al te goed dat ik voor het eerst mijn ketel barbecue gebruikte, toen zat ik te martelen met dat die veel te heet werd en kwam ik daarna snel voor het eerst in aanraking met de minion, en daarna de snake methode. Mooi dat er zoveel kennis is online dus ik deel dit dan ook graag met jullie.
Wat is de minion-methode?
De methode is vernoemd naar Jim Minion, een Amerikaanse cateraar die hem eind jaren negentig bedacht tijdens een BBQ-wedstrijd. Het idee is eigenlijk heel simpel. Je vult je kolenbak met kolen die nog niet branden, en legt daar een klein beetje gloeiende kolen bovenop.
Die gloeiende kolen steken langzaam de kolen eronder aan. Zo brandt niet alles tegelijk, maar steeds een klein stukje. Het resultaat? Een laag en stabiel vuur dat uren doorgaat, zonder dat jij er steeds bij hoeft.

Waarom zou je hem gebruiken?
Bij een normale opstelling steek je al je kolen in één keer aan. Je barbecue wordt dan in het begin te heet, en na een paar uur is het vuur alweer op. Dan moet je bijvullen, en elke keer dat je de deksel opent schommelt je temperatuur.
Met de minion-methode heb je daar veel minder last van. Je zit rustig rond de 110 tot 120 graden en je hoeft er nauwelijks naar om te kijken. Precies wat je wilt voor pulled pork, brisket of een mooi rack spareribs. Meer over de techniek zelf lees je in mijn uitleg over de low & slow methode.
Wat heb je nodig?
- Een kogelbarbecue met deksel. Een 57 centimeter is het fijnst, daar heb je genoeg ruimte voor kolen aan de ene kant en je vlees aan de andere.
- Briketten. Die branden gelijkmatiger en langer dan houtskool, en dat is hier precies wat je zoekt. Het verschil lees je in houtskool of briketten.
- Een kolenbak of een ring van gaas om de kolen bij elkaar te houden. Geen bak? Leg ze dan gewoon tegen één kant aan.
- Een looftlighter of aanmaakblokjes. Hoe je die gebruikt lees je bij de BBQ aansteken.
- Een paar chunks rookhout en een lekbak.
- Een thermometer voor je koepeltemperatuur, en eentje voor in je vlees.
Zo zet je hem op

- Zet je kolenbak aan één kant van de barbecue en vul hem met briketten die nog niet branden. Stop er twee of drie chunks rookhout tussen.
- Steek in je aansteekkoker een stuk of tien tot vijftien briketten aan. Wacht tot ze helemaal grijs zijn.
- Leg die gloeiende briketten bovenop de rest.
- Zet aan de andere kant een lekbak met water neer. Rooster erop, en je vlees komt boven de lekbak te liggen.
- Doe de deksel erop met het bovenste ventiel boven je vlees. Zo trekt de rook mooi over je vlees heen.
- Zet het onderste ventiel eerst half open. Kom je bijna op temperatuur, knijp hem dan terug tot een kiertje. Het bovenste ventiel laat je open staan.

Begin vooral met te weinig gloeiende kolen in plaats van te veel. Temperatuur omhoog krijgen is makkelijk, maar een kogel die doorschiet krijg je heel lastig weer omlaag.
Ik red normaal met de minion methode wel een uur of 4 tot 6 ook wel afhankelijk van de temperatuur buiten en wind enzo. Maar het is een mooie manier om gecontroleerd te garen.
De snake-methode: het broertje van de minion
Wil je nog langer? Leg je briketten dan niet in een bak, maar als een halve cirkel langs de rand van je kogel. Twee briketten naast elkaar en eentje erbovenop. Aan het begin van de slang leg je je gloeiende kolen. Het vuur kruipt dan langzaam de slang langs, en zo rek je je sessie nog verder op.
De fouten die vaak gemaakt worden
- Te veel kolen aansteken. Dan schiet je kogel door en ben je de rest van de middag aan het temperen.
- Het onderste ventiel te ver open. Dat ventiel is je gaspedaal. Een kiertje is bij low & slow vaak al genoeg.
- Steeds de deksel opentrekken. Elke keer dat je kijkt, krijgt je vuur een flinke dosis zuurstof. Vertrouw op je thermometer.
- Gruis en as. Gruis van de bodem van de zak en as van de vorige keer gaan tussen je rooster zitten en sluiten je luchttoevoer af. Haal de as dus altijd weg voordat je begint.
En op een kamado?
Op een kamado doe je dit eigenlijk al automatisch. Je vult hem vol en steekt hem op één plek aan, en het vuur werkt zich zo langzaam door de kolen heen. Hoe je daar de temperatuur strak houdt, lees je bij temperatuur regelen met je kamado.
Aan de slag!
Klaar om het te proberen? Begin met een rack spareribs of een pulled pork, dan merk je meteen hoe relaxed zo’n lange sessie kan zijn.
Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen en/of opmerkingen? Laat het ons dan gerust weten via de reactiemogelijkheid onderaan deze pagina of de sociale media kanalen. Wij zijn altijd wel in om wat te leren!
En denk eraan,
Turn Don’t Burn