Staat je kamado al een half uur te draaien op 90 graden terwijl je 250 nodig hebt? Of was hij net lekker stabiel en is hij een uur later gewoon aan het doven? Dat is zo’n moment waarop je hem het liefst een duw geeft haha.
Bijna altijd is het één van negen dingen. Wij zijn ze allemaal wel een keer tegengekomen, en ik zet ze hieronder op volgorde. Begin bovenaan en werk naar beneden, want de eerste drie zijn zowel het meest voorkomend als het snelst opgelost. Grote kans dat je niet verder komt dan punt twee!
1. De as
Dit is de winnaar. As hoopt zich op onder het kolenrooster en gaat de gaatjes dicht zitten. Je onderste schuif staat dan wagenwijd open, maar er komt onderin niks binnen.
Leeg de asbak en por met een pook door het kolenrooster tot je het licht van onder ziet. Bij een low en slow van tien uur doen wij dat altijd vooraf, zonder uitzondering. Als je één ding overneemt uit dit stuk, neem dan dit!
2. Te weinig kolen
Een kamado wil vol. Voor een korte kook mag de vuurkorf tot aan de bovenkant van de firering. Voor een lange sessie doen we hem echt helemaal vol.
Waarom dooft hij dan halverwege? Niet omdat hij te weinig lucht heeft, maar omdat het vuur bij de bodem aankomt en daar geen brandstof meer vindt. Halverwege gevuld haal je geen acht uur. Dat is gewoon rekenen.
En nee, die kolen zijn niet weg. Wat er na een sessie overblijft gebruiken wij de volgende keer gewoon weer, met verse kolen erbovenop.

3. Het gruis van de bodem van de zak
Onderin elke zak houtskool zit gruis. Als je dat erin kiepert zakt het naar beneden, gaat het tussen de gaten zitten en sluit het je luchttoevoer af. Precies hetzelfde effect als as.
Zeef de laatste twee handen van de zak dus, of gooi ze weg. En als je kolen koopt waar veel gruis in zit? Dan koop ik voortaan andere kolen, want goedkoop is hier echt duurkoop.
4. De onderste schuif stond te vroeg dicht
Een kamado moet eerst een vuurtje hebben en dan komt de temperatuur. Veel mensen knijpen hem al dicht als de meter de goede kant op kruipt, en dan smoort het vuur voordat het goed op gang is.
Laat de onderste schuif de eerste tien tot vijftien minuten volledig open, ook als je uiteindelijk naar 110 graden wil. Pas als je kolen echt gloeien knijp je terug naar een vingerbreedte. Wij wachten liever een kwartier extra dan dat we halverwege opnieuw moeten aansteken!
5. Je kolen zijn vochtig
Hoor je gesis en zie je veel witte rook terwijl hij niet warmer wordt? Dan zijn je kolen vocht aan het verdampen in plaats van warmte te maken.
Dit is bij uitstek een najaars- en winterprobleem. Een zak in de schuur trekt maandenlang vocht uit de lucht, ook al staat hij droog. Wij bewaren onze kolen daarom in een afgesloten ton, en niet op een koude betonvloer. Dat scheelt in de winter echt tijd!
6. Je hebt op maar één plek aangestoken
Voor een low en slow is één aanmaakblokje in het midden precies goed. Maar wil je naar 250 of hoger, dan steek je op drie plekken aan en laat je hem met open deksel op gang komen.
Met één plekje vuur onderin een volle korf kom je er niet. Dan blijft hij rond de 120 hangen en denk jij dat er iets stuk is. Er is niks stuk, er brandt gewoon te weinig!
7. De bovenste schuif is te ver dicht
Lucht moet er ook uit kunnen. Zit je bovenschuif bijna dicht, dan stuwt de warmte zich op en verstikt het vuur eronder, hoe wijd je onderin ook openzet.
Regel dus onderin en houd de bovenschuif als fijnregeling. En weet je wat een verstopte bovenschuif doet? Precies hetzelfde. Vet en roet slaan daarin neer, dus maken we hem eens per seizoen goed schoon.
8. Er zit te veel in de weg
Deflector, druipbak, een extra rooster, en misschien ook nog een bak water. Stapel je dat allemaal op elkaar, dan kan de warmte niet meer omhoog en om je vlees heen.
Laat altijd ruimte tussen je deflector en de vuurkorf, en zet je druipbak niet plat op de deflector. Wij werken met afstandhouders, en alleen daarmee haalde onze kamado al twintig graden meer.
9. De thermometer liegt
En dan de laatste, waar niemand aan denkt. Misschien is je kamado gewoon warm en klopt je meter niet. De thermometer in het deksel meet de lucht bovenin, en dat scheelt zo tien tot twintig graden met je rooster.
Check hem in kokend water, dat moet 100 graden geven. Wijst hij 85 aan? Dan heb je nooit een temperatuurprobleem gehad, maar een meetprobleem.
En als het dan nog niet lukt
Kijk dan naar je afdichting. Een versleten vilt of een deksel dat niet meer goed sluit maakt je kamado onberekenbaar, en dat merk je vooral bij lange sessies. Harde wind en vorst kosten je ook gewoon temperatuur, dus zet hem uit de wind.
Maar in negen van de tien gevallen ben je bij punt 1 of punt 2 al klaar.
Heb je hier nog een oorzaak aan toe te voegen uit je eigen ervaring? Laat het mij dan gerust weten via de reactiemogelijkheid onderaan deze pagina of de sociale media kanalen. Ik ben altijd wel in om wat te leren!
En denk eraan,
Turn Don’t Burn