Steek de barbecue aan en stabiliseer hem rond de 120 °C met een indirecte setting.
Meng het paprikapoeder, knoflookpoeder, uienpoeder, de zwarte peper, komijn, bruine suiker en het zout voor een lekkere zelfgemaakte dry rub. Roer het goed door elkaar.
Smeer de procureur rondom dun in met gele mosterd. Dat is puur om de rub te laten plakken, je proeft het straks bijna niet terug. Wrijf de procureur vervolgens royaal in met de zelfgemaakte barbecue rub.
Leg de procureur indirect op de barbecue en gaar hem tot een kerntemperatuur van 68 °C. Wij rekenen daar meestal een uur of 2 tot 3 voor. Laat het vlees daarna ongeveer 15 minuten rusten.
Laat het vlees eerst goed afkoelen, want warm vlees snijd je nooit mooi dun. Wij zetten hem daarom altijd nog een half uurtje in de koelkast, en dat helpt enorm. Snijd de procureur daarna in plakken van 1.5 tot 2.5 millimeter. Wij gebruiken daar de Berkel voor, maar met een scherp mes en een vaste hand kom je ook een heel eind.
Snijd de komkommer in dunne plakjes. Meng ze met de rijstazijn, de suiker en een snuf zout en laat dat minimaal 20 minuten staan. Dit onderdeel lijkt onbelangrijk, maar dat is het niet. Je hebt straks iets fris nodig als tegenhanger van de pindasaus en het vettige vlees. Geloof mij maar.
Doe de pindakaas, melk, ketjap manis, sojasaus en sambal in een pannetje. Verwarm dit rustig terwijl je blijft roeren, tot je een gladde romige saus hebt. Is de saus te dik? Scheutje water erbij. Te zoet? Dan een beetje extra sojasaus. Te flauw? Gewoon meer sambal erin!
Verwarm ondertussen een gietijzeren plaat of pan zo heet mogelijk in een directe setting op de barbecue. Bak de dunne plakken procureur kort aan beide kanten, tot de randjes mooi krokant en gekarameliseerd worden. Dit gaat snel, dus blijf erbij!
Beleg elk broodje in deze volgorde: gebakken warm vlees, een flinke lepel satésaus, de zoetzure komkommer en als laatste de gebakken uitjes. Nog een klein beetje saus eroverheen mag natuurlijk ook. Genieten maar!